Het piston vulsysteem en inkttoevoer liggen aan de basis van de roem van de Pelikan vulpen.

Na W.O. I werd de markt beheerst door vulpennen die gevuld werden door middel van druk- en hefboommechanismen en de zogenaamde veiligheidsvulpennen waarbij voor het vullen gebruik gemaakt werd van een pipetje. Deze pennen konden echter weinig inkt opnemen en het gebruik van een pipet was redelijk ingewikkeld wanneer je graag je handen schoon wou houden.

Het was in deze periode dat de Hongaarse ingenieur Theodor Kovacs een revolutionair systeem ontwikkelde: het piston vulsysteem met 2 verschillende schroefdraden. De inkttoevoer verliep via compensatiecompartimenten om vlekken te voorkomen. In 1927 verkocht hij zijn patent aan Günther Wagner in Hannover het in 1929 onder eigen naam patenteerde.

In hetzelfde jaar werd de “transparante Pelikan vulpen” gelanceerd. De pen kreeg zijn naam door het transparante inktreservoir waardoor je eenvoudig het inktniveau kon nakijken. Behoudens de opvallende, jadegroene schacht, had de pen een eerder eenvoudige uitstraling en werd er geen modelnummer aan toegekend.

De technische pluspunten, waarover uitgebreid geadverteerd werd in binnen- en buitenland, zorgde ervoor dat Günther Wagner snel een aanzienlijk aandeel controleerde van de vulpenmarkt. En dit terwijl de pen door zijn prijskaartje van 13,50 eerder werd toegeschreven aan de hogere middeklasse.

 

Eind 1930 kwam een tweede model, de “Gouden Pelikan” op de markt. Deze pen had een 14-karaats gouden schacht en gouden, decoratieve ringen aan de dop. De doppen van de groene en zwarte Pelikan vulpen werden eveneens voorzien van deze decoratieve ringen.

In 1931 werd het productgamma verder uitgebreid waardoor het nodig was de verschillende modellen een naam te geven.

Model 100 met een schacht in groen (nu gemarmerd groen), zwart, grijs, rood, blauw of geel.

Model 111 werd de benaming van de gouden Pelikan. Model 110 (2de van links) de vulpen waarvan de dop en schacht vervaardigd was uit wit goud. Model 112 (3de van links), met dop en schacht uit 14-karaats goud.

In 1932 kwam het nieuw model T 111, de Toledo. Deze vulpen heeft een schacht waarop pelikanen staan gegraveerd volgens de Toledo techniek. De pen wordt beschouwd als de mooiste onder de historische Pelikan vulpennen. Hij is de favoriet onder verzamelaars en is tegenwoordig enkele duizenden euros waard. Een aangepast model maakt nu nog steeds deel uit van de Pelikan basiscollectie.

 

Kort na de Toledo werd de “Rappen” vulpen gelanceerd. “Rappen” was het tweede merk van Günther Wagner ter ondersteuning van het merk Pelikan. De Rappen kostte 6.75 Reichsmark en was uitgerust met een pompmechanisme. De pen had echter ook het transparant reservoir om het inktniveau te controleren en de 14-karaats gouden penpunt. De benaming “Rappen”, die in het Duits synoniem staat voor een zwart paard, had het voordeel dat deze ook in het Engels kon gebruikt worden als “Rap-Pen”.

In 1934 introduceerde Pelikan het “automatisch hervulbaar potlood”, een vulpotlood. Het ontving de naam “Auch”-Pelikan omdat het “ook” een Pelikan schrijfinstrument was.

Het model 200 leek op het model 100 met een zwart-groene, zwarte-grijze, schildpadbruine of hagediskleurige schacht. Zeer zeldzaam en niet gedocumenteerd is de bruine uitvoering van deze pen.

De pen met de benaming 210 werd specifiek ontworpen om te passen in een jaszak of een handtas.

De 101 modellen werden internationaal aangeboden in rood, groen, blauw, hagediskleurig en schildpadkleurig. Dit model was ook beschikbaar met een dop in hetzelfde rood-bruin als het gripprofiel van de pen.

In 1936 werd de IBIS geïntroduceerd. Het was een laaggeprijsde vulpen met een piston vulsysteem ter vervanging van de “Rappen”. In sommige landen werd dit model echter onder de naam Rappen verkocht, in Zuid-Afrika zelfs met een pompsysteem.

In tegenstelling tot zijn zwarte voorganger Rappen, werd de IBIS ook aangeboden in grijs-zwart, rood-zwart en groen-zwart. De ontwerpen zijn niet terug te vinden in de Pelikan archieven, hoewel ze wel degelijk geproduceerd zijn geweest.

 

In 1937 werd het model 100N geïntroduceerd op de internationale markt. N stond voor nieuw, daar het de opvolger van de 100 was. De pen is iets groter dan zijn voorganger en kan hierdoor meer inkt opslaan.

Dat zelfde jaar werd Wilhelm Wagenfeld, een toenmalig gekend industrieel ontwerper, aangesteld om de vierkante inktpot, de Liegeflasche (liggende fles) en de verschillende inktflessen ter herontwerpen. In 1938 werden de nieuwe modellen op de markt gebracht ter ere van de 100ste verjaardag van Pelikan.

Tere ere van deze verjaardag werd het model 100N ook in Duitsland aangeboden in de verschillende afwerkingen van het model 100: goud, Toledo, witgoud, hagedis- en schildpadkleuren, maar niet in de gekleurde modellen, rood, blauw en groen.

Het hagedismodel had een hagediskleurige of een zwarte top op de dop. Beide versies waren voorzien van decoratieve ringen en een clip in goud, respectievelijk zilver.

De standaard versies waren beschikbaar met een groene, grijze of zwarte schacht. De doppen hebben ofwel twee decoratieve ringen en een druppelvormige clip ofwel een golvende decoratieve ring en bijhorende clip.

In 1939 werden de vulpennen 100Nf met vastgehecht verlengstuk en 110Na met verwijderbaar verlengstuk geïntroduceerd. Beiden zijn vandaag zeer zeldzaam te vinden.

Het verhaal gaat verder "1950-1982 - De 'gestreepte' Pelikan vulpen".