De “gestreepte” Pelikan vulpen.

Door de wijde verspreiding van de vulpen na W.O. II nam het gebruik van galappel inkt terug, daar het een blauwe inkt is die door oxidatie zwart wordt wanneer hij opdroogt. De interesse voor gekleurde inkten nam toe en met verloop van tijd werd koningsblauw de favoriet. De inkt heeft een heldere kleur, schrijft vloeiend en droogt snel op papier maar niet op de penpunt. Zelfs wanneer de vulpen een tijdje niet gebruikt wordt, blijven er geen inkt residu’s achter.

In 1950 lanceerde Pelikan, na enkele jaren van productontwikkeling, de vulpen 400. Het groen van het gestreepte penlichaam werd een symboolkleur voor de Pelikan vulpen en is tot vandaag bewaard gebleven.

Hetzelfde geld voor de bekvormige clip die reeds was uitgevonden tijdens de oorlog. Sommige variaties zijn ontworpen met schildpadbruine of zwart gestreepte penlichamen. De modellen van de 500 reeks hebben een dop van goud met bijhorende schacht. Deze onderdelen zijn zelfs verguld met 14-karaats goud bij het model 600.

In 1952 kwam het model 140 op de markt. Zoals de lagere prijs van de Rappen het model 100 bescherm had in 1932, vrijwaarde nu de 140, die 16,50 DM kostte, het duurdere model 400. De vulpen was beschikbaar in zwart, blauw, rood, groen en grijs. In 1954 volgde de groengestreepte versie en de prijs werd verlaagd tot 15 DM. In 1955 behoorde Pelikan tot één van de laatste producenten van schrijfinstrumenten en ging mee met zijn tijd door de introductie van balpennen. Pelikan gaf deze pen de naam “Roller”. Het schrijfinstrument dat vandaag bekend is als een roller maakte pas in 1970 deel uit van het productgamma.

In 1956 werden de modellen 400 en 500 omgedoopt tot 400NN en 500NN. Zoals zijn voorganger kostte de 400NN 25 DM en werd het leidende model het op de markt.

 

De Pelikano en de inktpatronen.

Het jaar 1958 begon met de introductie van de serie P1 en daarmee brak een nieuw tijdperk aan in de vervaardiging van Pelikan vulpennen. De vulpennen hadden een volledig bedekte penpunt en een thermische inkttoevoer om het probleem van vlekken te voorkomen. Het piston vulsysteem bleef in eerste instantie behouden.

In 1960 werd de Pelikano gelanceerd – het was de eerste schoolvulpen ontwikkeld op basis van de bevindingen van opvoeders, leerkrachten en studenten. De voordelen van deze pen – thermische inkttoevoer, navullen met inktpatronen, licht gewicht, onbreekbare aluminium dop, de kleurcombinatie van blauw met zilver – in combinatie met de gevoerde televisiecampagne maakten de Pelikano tot marktleider onder de vulpennen.

In deze periode daalde de consumptie van inkt in inktpotten sterk door het wijdverspreide gebruik van de balpen. Inktpotten werden enkel nog in kleine aantallen verkocht. Het gebruik van inktpatronen, die Pelikan vandaag nog steeds produceert in Hannover, nam nu een dominante positie in en maakte de inktverkoop opnieuw winstgevend. De vulpeninkt kreeg zijn gekende marknaam 4001.

Geïnspireerd door het enorm succes van de Pelikano pen, bracht Pelikan de modellen P15 en P25 voor volwassenen op de markt. Hoewel ze dezelfde vormgeving hadden als de Pelikano, werden ze voorzien van een gouden penpunt.

In de daarop volgende jaren werden aanpassingen doorgevoerd aan de penpunt en vormgeving van de Pelikano vulpen, gebaseerd op de nieuwe vereisten uit het onderwijs. De modellen voor volwassenen ondergingen dezelfde veranderingen en werden tevens aangeboden met een piston vulsysteem. Pelikan slaagde er echter niet in om met deze modellen zijn positie op de markt opgebouwd ten tijde van het model 400 te behouden.

Het verhaal gaat verder "1982-vandaag - De heropleveing van de vulpen".